Living Labs: anders organiseren door te experimenteren
Living Labs in de zorg thuis
Het werk in de zorg thuis heeft al onze aandacht nodig. Het aantal ouderen groeit, de zorgvraag groeit en het aantal mensen dat het werk kan en wil uitvoeren neemt af. Naast het zoeken naar en opleiden van meer mensen zijn er radicale veranderingen nodig. Vandaar dat Actiz in de zorg voor ouderen startte met Living Labs. Een Living Lab is een levend laboratorium, een plek om te onderzoeken en te experimenteren. In het lab is het werk continu in beweging. In het Learning Lab leren we samen wat werkt en wat beter kan.
Eigenlijk is het één groot actieonderzoek. De hoofdvraag voor dit actieonderzoek is: Hoe krijgen we het werk verricht?
Van de vijf plekken waar we zijn gestart, zijn twee Living Labs uiteindelijk goed van de grond gekomen. Lees in deze publicatie de verhalen van de twee Living Labs bij Woonzorggroep Samen en De Wever.
De verhalen sterken ons in de overtuiging dat klein en lokaal experimenteren, vanuit degenen die het werk uitvoeren, tot succesvolle initiatieven kan leiden.
Initiatieven die verder gaan dan kort iets uittesten, maar ook daadwerkelijk mensen en systemen veranderen en aanzetten tot anders kijken en werken. Daar kijken wij, Kitty Spaan en Martine Maes, als landelijk aanjagers dan ook tevreden op terug.
Het is jammer dat de andere Living Labs niet tot wasdom zijn gekomen. We kunnen de situaties van de verschillende organisaties niet goed vergelijken. Bij ieder van hen was een andere factor doorslaggevend in het niet doorzetten van het Living Lab. Wellicht zegt dat ook genoeg over hoe contextafhankelijk experimenteren is.
Tegelijkertijd zucht en kreunt de sector onder alle initiatieven en is er sprake van gebrek aan projectcapaciteit binnen de VVT-organisaties waar het primaire proces al zo onder druk staat. Dat leidt tot een duivels dilemma: makkelijke oplossingen zijn niet voorradig, maar tegelijkertijd is er ook geen tijd en capaciteit om gedegen te werken aan het ontwikkelen van alternatieve invalshoeken. De druk en urgentie blijven echter toenemen. En daarmee ook de vraag naar oplossingsrichtingen en keuzes.
Het is helder dat het probleem niet alleen oplosbaar is binnen de sector, maar dat daarbij ook anderen aan zet zijn. Welzijn, het sociaal domein, de politiek, maar ook naasten en familie en eigenlijk de hele samenleving. Daarmee is er sprake van een maatschappelijk vraagstuk, waar de vraag voor ligt hoe we als samenleving ouder willen worden. Dat begint bij de verantwoordelijkheid van eenieder zelf. Er zullen verschillende alternatieven gaan komen om ouderen die dat nodig hebben te ondersteunen in hun laatste fase om hen een goede kwaliteit van leven te blijven bieden. Het vraagt iets van ons allemaal en van de wijze waarop we dat als maatschappij organiseren.
